Met het overlijden sterven de bedoelingen

In de uitzending van My Personal Finance op New Business Radio van dinsdag 6 oktober besprak Raymond Mars, directeur van Stichting RegisterExecuteur, een uitspraak van de Rechtbank Limburg. De vraag in die zaak was wat kinderen kunnen doen als hun erfdeel pas wordt uitbetaald na het overlijden van hun stiefmoeder, terwijl ze het vermogen intussen zien slinken. De rechter liet het beslag staan dat een van de kinderen had laten leggen. Toch is dat geen route waar u op kunt bouwen.

Een vordering die moet wachten

Sinds 2003 beschermt het wettelijk erfrecht de langstlevende. Laat iemand een echtgenoot en kinderen achter, dan krijgt de echtgenoot door de wettelijke verdeling alle goederen. De kinderen krijgen een vordering in geld ter grootte van hun erfdeel (art. 4:13 BW). Die vordering is pas opeisbaar als de langstlevende overlijdt, of eerder in de gevallen die de wet noemt. Vroeger lag dat anders. Tot 1923 erfde de echtgenoot helemaal niet mee. Van 1923 tot 2003 erfde de echtgenoot wel mee, maar konden de kinderen hun erfdeel direct opeisen. Testamenten uit die periode werken nog steeds. De ouderlijke boedelverdeling komt het dichtst bij de huidige wettelijke verdeling.

Volgens Raymond doet de wettelijke verdeling in de kern wat ze moet doen. Met een testament kunt u haar wel aanvullen, bijvoorbeeld door extra momenten op te nemen waarop de kinderen hun vordering kunnen opeisen, zoals de opname van de langstlevende in een zorginstelling. Eerder schreven we al over de vraag wie de langstlevende eigenlijk geld schuldig is.

Een soort vruchtgebruik?

Raymond hoort vaak dat de langstlevende een soort vruchtgebruik heeft op het erfdeel van de kinderen. Zijn antwoord: “Een muis is ook een soort olifant. Hij is grijs en heeft grote oren, maar hij heeft geen slurf en is iets kleiner.” Hij begrijpt de verwarring wel, omdat de fiscus de waarde van de verkrijging op dezelfde manier berekent als bij vruchtgebruik. Vermogensrechtelijk zijn het twee verschillende dingen. Vruchtgebruik is een absoluut recht en geeft een aanspraak op een goed. Een vordering is een relatief recht en geeft alleen een aanspraak op een persoon, in dit geval de langstlevende of later diens erfgenamen.

Een voorbeeld maakt het verschil duidelijk. Een erflater laat een echtgenote, twee kinderen en een woning na. Volgens het testament erven zij ieder een gelijk deel, en de echtgenote krijgt een levenslang vruchtgebruik op de woning. Overlijdt zij, dan zijn de kinderen samen voor twee derde eigenaar van de woning. “Stenen dus,” zegt Raymond. Gaat de woning daarentegen helemaal naar de echtgenote en krijgen de kinderen een vordering in geld, dan mag zij vrij over de woning beschikken. Of de vordering uiteindelijk betaald kan worden, hangt af van wat er over is.

De zaak in Limburg

In de zaak die Raymond besprak, ging het om een legitieme portie. De erflater had drie kinderen uit een eerder huwelijk en had zijn tweede echtgenote tot enig erfgenaam benoemd. In zijn testament stond dat de legitieme pas opeisbaar werd na haar overlijden. Twee kinderen deden toch een beroep op hun legitieme. Een van hen, een dochter, kreeg van de rechter toestemming om conservatoir beslag te leggen op een woning uit de nalatenschap, voor een vordering van € 30.000. De executeurs, de weduwe en haar dochter, vroegen in kort geding om het beslag op te heffen. Hun belangrijkste argument was dat de vordering nog niet opeisbaar was.

Conservatoir beslag doet wat het woord zegt: het bewaart. Zo kan niemand over het goed beschikken tot de rechter een oordeel heeft gegeven. Dat roept wel een vraag op. Hoe krijg je een vonnis om een vordering te innen die nog helemaal niet opeisbaar is?

Wat de Hoge Raad al had bepaald

Op die vraag had de Hoge Raad in 2016 al een antwoord gegeven. Ook toen ging het om een stiefmoeder die enig erfgenaam was, met kinderen van wie de legitieme pas na haar overlijden opeisbaar werd. Volgens de Hoge Raad is beslag voor zo’n vordering mogelijk. Of het blijft staan, hangt af van een afweging van belangen.

De rechter in Limburg maakte die afweging ook. De weduwe was 83, woonde in een huurappartement en had AOW en een klein pensioen. Haar kinderen hielpen haar daarnaast. Ze had dus genoeg om van te leven. De dochter kon laten zien dat kort voor het overlijden van haar vader zo’n € 400.000 was opgenomen en dat haar stiefmoeder al tijdens het leven van de erflater schenkingen had gedaan aan haar eigen kinderen. De woning was het enige wat nog over was om de vordering uit te betalen. De executeurs hadden geen andere zekerheid aangeboden, bijvoorbeeld een deel van de verkoopopbrengst in depot bij de notaris. Daarom liet de rechter het beslag staan.

Geen Haarlemmer olie

Raymond noemt dit wel een uitzonderlijke situatie. Conservatoir beslag is geen wondermiddel om een vordering zeker te stellen. De echte les ligt volgens hem bij het opstellen van het testament. Hij ziet vaak dat mensen om fiscale redenen veel vermogen bij de partner onderbrengen, in de veronderstelling dat het later wel bij de kinderen terechtkomt. Stel uzelf dan de vraag wat er gebeurt als dat niet zo loopt, en de belangen van partner en kinderen recht tegenover elkaar komen te staan. Die vraag kunt u maar beter vooraf beantwoorden. “Met overlijden sterven de bedoelingen en overleeft de akte,” zegt Raymond.

De volledige aflevering van My Personal Finance kunt u hier terugluisteren. Raymond begint op 39:08. Heeft u vragen over de wettelijke verdeling, de legitieme portie of de positie van kinderen tegenover een stiefouder? De ExpertiseDesk van Stichting RegisterExecuteur denkt met u mee. Stuur gerust uw vraag in.

Bronnen: Rechtbank Limburg 22 februari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:1352; Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1271.

Thema's in dit bericht: