Wie is de langstlevende eigenlijk geld schuldig?

Na het eerste overlijden krijgt de langstlevende vrijwel alles in handen. Wat bijna niemand doorheeft: op datzelfde moment ontstaat er een schuld. Een schuld die je niet voelt, en die er wel degelijk is.

Wat een vordering is

Bij de wettelijke verdeling krijgt de langstlevende alle bezittingen. De kinderen krijgen een vordering in geld op die langstlevende, ter grootte van hun erfdeel (art. 4:13 BW). Een vordering is een aanspraak op het vermogen van de langstlevende. Die is pas opeisbaar als de langstlevende zelf overlijdt, en daarnaast bij faillissement of schuldsanering. Tot die tijd staat het bedrag op papier, en blijft het op papier.

Familie X

Neem meneer en mevrouw, samen vijf ton vermogen, twee kinderen. In de samenstelling is drie ton van meneer en twee ton van mevrouw. Meneer overlijdt. Zijn nalatenschap is drie ton. Dat hele bedrag gaat naar mevrouw, die daarmee overbedeeld is. De twee kinderen krijgen ieder een ton tegoed, en mevrouw houdt zelf een ton. Zo is die drie ton verdeeld. De kinderen zien er voorlopig niets van. Hun ton is een vordering, opeisbaar als ook mevrouw overlijdt.

Vergelijk het met je hypotheek

Mensen schrikken als ik het woord schuld gebruik. Toch werkt het net als je hypotheek. Je hebt een schuld aan de geldverstrekker. Je lost niet elke maand het hele bedrag af, en pas bij verkoop of overlijden wordt afgerekend. Zo werkt die vordering van de kinderen ook. Het bedrag is hard, ook al hoeft het nu niet betaald te worden.

Mag de langstlevende alles weggeven?

Het korte antwoord is nee. De langstlevende (rechthebbende) mag het vermogen wel gebruiken om zelf van te leven. Dat is precies de verzorgingsgedachte. Als door schenkingen de kinderen worden benadeeld bij het innen van hun vordering, dan kunnen de schenkingen worden teruggedraaid. Dit is bepaald niet eenvoudig.

De zogenaamde wilsrechten (art. 4:19 t/m 4:22 BW) geven de kinderen de mogelijkheid om hun vordering op de langstlevende ‘veilig te stellen’. Deze mogelijk bestaat uitsluitend als er sprake is van een stiefouder of de langstlevende gaat hertrouwen.

Het niet goed beschrijven van de overbedelingsvordering kan een bron van conflicten vormen bij het overlijden van de langstlevende. Het is daarom zinvol om de overbedelingsvordering bij het eerste overlijden goed te bepalen en te documenteren.

Thema's in dit bericht: