Vruchtgebruik op de woning: wat betekent dat voor de hypotheek?

Om een partner verzorgd achter te laten, wordt er in het testament gekozen voor een legaat vruchtgebruik. De partner die achterblijft, mag in het huis blijven wonen. De kinderen uit een eerder huwelijk worden alvast eigenaar, maar krijgen het huis pas later echt tot hun beschikking. Op papier lijkt dat duidelijk. Toch ontstaat er in de praktijk vaak verwarring.

Wat is vruchtgebruik?

Stel, een man leert na een echtscheiding een nieuwe partner kennen. Hij heeft twee kinderen uit zijn eerste huwelijk. Samen gaan ze wonen in de woning van de man. In zijn testament regelt hij twee dingen. Zijn kinderen worden zijn erfgenamen. Zijn partner krijgt het recht om in het huis te blijven wonen. Dat woonrecht heet vruchtgebruik.

Na zijn overlijden gaat het huis juridisch naar de kinderen. Maar zij mogen er niet in wonen, want dat recht ligt bij de partner. De kinderen zijn dan wel eigenaar, alleen zonder gebruiksrecht. Dat noemen we bloot eigendom. Pas als het vruchtgebruik stopt, meestal als de partner overlijdt, krijgen de kinderen het huis echt tot hun beschikking.

Wie moet de hypotheek betalen?

De eerste vraag die beantwoord moet worden is wat is de hypotheek? 

In het geval er sprake is van een aflossingsvrije lening, dan is er alleen sprake van rentebetaling.

In alle andere gevallen is er sprake van rente en aflossing. De rente komt dan voor rekening van de vruchtgebruiker, de aflossing voor rekening van de bloot-eigenaar.

Het is wel zo dat van de vruchtgebruiker gevraagd kan worden om de aflossing ‘voor te schieten’ en bij het einde van het vruchtgebruik, bijvoorbeeld wanneer de langstlevende overlijdt of de woning verkoopt, de voorgeschoten aflossingen worden verrekend.

Zolang de waarde van de woning de omvang van de schuld ruimschoots overstijgt, kan de schuld worden afgelost uit de opbrengst van de woning.

Het recht van hypotheek, dat is het recht dat de geldgever in staat stelt de woning te verkopen als de rente en aflossingen niet worden voldaan, rust op de woning en niet op de kinderen of de langstlevende.

Het is dus niet ondenkbeeldig dat een geldgever in dit geval de vruchtgebruiker toetst op betaalbaarheid van lasten. Zeker in het geval de langstlevende ouder is dan 57 wordt daarbij vooral gekeken naar het inkomen na pensionering.

In het geval de opbrengst onvoldoende is om de restantschuld te voldoen, kunnen de erfgenamen worden aangesproken. De wijze van aanvaarding van de nalatenschap is dan bepalend of die in hun privévermogen worden aangesproken.

Wie betaalt de kosten van het huis?

Ten aanzien van de kosten van het huis, moet een onderscheid worden gemaakt tussen de gebruikelijke lasten, zoals klein onderhoud, onroerendezaakbelasting, opstalverzekering etc. en andere kosten.

In het geval van groot onderhoud komt dit voor rekening van de bloot-eigenaren. Net als bij de aflossingen van de hypotheek, kan worden gevraagd dat de vruchtgebruiker dit ‘voorschiet’ en dat het bij het einde van het vruchtgebruik wordt verrekend.

En de belasting?

Belasting is een apart aandachtspunt. Voor de partner blijft het huis fiscaal de eigen woning, omdat de partner er blijft wonen. Of de partner de hypotheekrente helemaal mag aftrekken, hangt af van de precieze situatie. Dat verschilt per geval en het is verstandig om dat vooraf te laten uitzoeken.

Voor de kinderen geldt iets anders. Zij worden eigenaar, maar hoeven daar voorlopig geen belasting over te betalen in box 3, de belasting op vermogen. Daar zit wel een voorwaarde aan. Het vruchtgebruik moet op tijd met notariële akte worden afgegeven en ingeschreven in het kadaster. Gebeurt dat niet of te laat, dan kunnen de kinderen er alsnog belasting over moeten betalen. Wordt dit binnen twee jaar na het overlijden geregeld, dan is er niets aan de hand.

In het geval er sprake is van een tijdelijk recht van bewoning of een tijdelijk vruchtgebruik, dan is de woning wel het hoofdverblijf van de langstlevende, maar, als gevolg van de tijdelijkheid, geldt de eigen woning regeling niet. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de rente aftrek en de verdere fiscale behandeling in de inkomstenbelasting bij de langstlevende en de bloot-eigenaren.

Wat doet een RegisterExecuteur?

Bij dit soort situaties is een RegisterExecuteur van waarde. Die kent zowel het erfrecht als de regels rond eigendom en belasting en ziet hoe ze samenhangen. De RegisterExecuteur legt aan de bank uit hoe het echt zit, bekijkt wie welke kosten draagt en overlegt met de notaris. Zo blijven onnodige kosten en procedures uit beeld.

Goed zorgen voor de partner die achterblijft, gaat verder dan alleen mogen blijven wonen. Juist de afwikkeling eromheen vraagt om iemand die het hele plaatje overziet.


Vruchtgebruik staat in titel 3.8 van Boek 3 BW, met de definitie in artikel 3:201 BW. De kosten en lasten volgen uit artikel 3:220 en 3:222 BW. Dat de hypotheek een zekerheidsrecht is en de bank het huis bij wanbetaling mag verkopen, staat in artikel 3:227 en 3:268 BW. Dat erfgenamen de schulden van de overledene overnemen, staat in artikel 4:182 BW. De eigen woning bij vruchtgebruik uit een erfenis is geregeld in artikel 3.111 Wet IB 2001. De vrijstelling in box 3 voor de kinderen volgt uit artikel 5.4, derde lid Wet IB 2001, op voorwaarde dat het vruchtgebruik is gevestigd (artikel 3:202 BW).

Thema's in dit bericht: