“Ik betaal toch mee, dus dat komt later wel goed!”

Ans en Willem wonen al achttien jaar samen. Ze hebben een samenlevingscontract, een gezamenlijke bankrekening en een koopwoning op beider naam. Toen de keuken drie jaar geleden werd verbouwd, betaalde Ans het leeuwendeel uit een erfenis van haar moeder. “Dat geld zit in ons huis, dus dat is geregeld,” zei ze destijds. Maar toen Willem onverwacht overleed, bleek dat het helemaal niet geregeld was.

Waar het misgaat

De erfenis van Ans’ moeder was ruim €80.000. Dat bedrag ging rechtstreeks naar de verbouwing van hun gezamenlijke woning. Er werd niets vastgelegd. Geen briefje, geen notariële akte, geen vermelding in het samenlevingscontract.

Na het overlijden van Willem erfden zijn twee kinderen uit een eerder huwelijk zijn deel van de woning en zijn overige bezittingen. Ans had op dat moment een probleem: zij had €80.000 geïnvesteerd in een woning waarvan de helft nu naar Willems kinderen ging. En zonder vastlegging had ze geen bewijs van een vergoedingsrecht.

Dit is geen uitzonderlijk geval. Wij zien het regelmatig: een partner die meebetaalt aan een verbouwing, aflossingen doet op de hypotheek van de ander, of een erfenis investeert in een gezamenlijk bezit. Zolang alles goed gaat, denkt niemand erover na. Op het moment dat een van beiden overlijdt, wordt het een probleem.

Wat zijn vergoedingsrechten?

Een vergoedingsrecht ontstaat wanneer de een geld betaalt waarvan het voordeel bij de ander terechtkomt. Denk aan een erfenis die in de gezamenlijke woning wordt gestoken, een partner die aflost op een hypotheek die op naam van de ander staat, of privévermogen dat wordt gebruikt voor een gezamenlijke aanschaf.

Het gaat om de vraag: wie heeft betaald, en wie heeft ervan geprofiteerd? Als die twee niet dezelfde persoon zijn, kan er een recht op vergoeding bestaan. Soms gaat dat alleen om het oorspronkelijke bedrag, soms ook om de waardestijging die dat geld heeft opgeleverd.

Gehuwden: de wet regelt het (grotendeels)

Voor gehuwden en geregistreerd partners biedt het Burgerlijk Wetboek een wettelijk kader. Artikel 1:87 BW regelt vergoedingsrechten tussen echtgenoten en bepaalt dat wanneer privévermogen wordt gebruikt voor een gezamenlijk bezit, er een recht op vergoeding kan ontstaan. Daarbij kan ook de waardestijging meetellen.

Ook artikel 1:100 BW speelt een rol: bij ontbinding van het huwelijk, bijvoorbeeld door overlijden, wordt de gemeenschap in beginsel bij helfte verdeeld. Voordat een nalatenschap verdeeld kan worden, moet dus eerst worden bekeken of er onderling nog verrekend moet worden. Dat heeft directe gevolgen voor de omvang van de nalatenschap, de hoogte van de kindsdelen en de financiële positie van de langstlevende.

Dat klinkt overzichtelijk. Maar ook bij gehuwden gaat het in de praktijk mis wanneer privévermogen en gemeenschappelijk vermogen door elkaar lopen zonder dat iemand bijhoudt wat van wie is. Zeker bij een tweede huwelijk, waar beide partners kinderen uit een eerdere relatie hebben, kunnen vergoedingsrechten tot ingewikkelde situaties leiden.

Samenwoners: dan wordt het lastiger

Voor samenwoners zoals Ans en Willem ligt het wezenlijk anders. Er bestaat geen automatische wettelijke regeling voor vergoedingsrechten. Waar gehuwden kunnen terugvallen op Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, zijn samenwoners aangewezen op hun samenlevingscontract en eventuele aanvullende afspraken.

Een samenlevingscontract is dan leidend, mits daarin iets over vergoedingsrechten is opgenomen. Ontbreekt zo’n bepaling, dan sta je met lege handen. Zonder contract wordt het nog ingewikkelder: dan kom je terecht bij algemene juridische grondslagen, zoals ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW). Je moet dan aantonen dat de een is verarmd, de ander is verrijkt, en dat daar geen goede reden voor was. Juridisch bewerkelijk, met een veel minder voorspelbare uitkomst.

In de situatie van Ans betekende dit dat zij moest aantonen dat haar investering van €80.000 in de woning geen schenking was aan Willem, maar een investering waarvoor zij recht had op vergoeding. Zonder schriftelijk bewijs werd dat een moeizaam traject.

Waarom dit de langstlevende raakt

Hoeveel vermogen zit er uiteindelijk in de nalatenschap? Vergoedingsrechten hebben daar directe invloed op. Zonder goede afspraken kan de langstlevende partner een bedrag kwijtraken aan de erfgenamen van de overledene. Of andersom: de langstlevende moet juist een bedrag terugbetalen aan de nalatenschap.

In onze praktijk zien wij het hele spectrum. Erfenissen met een uitsluitingsclausule die ongemerkt zijn opgegaan in het gezamenlijk vermogen. Partners die jarenlang meebetaalden aan een hypotheek op naam van de ander, zonder dat daar ooit een afspraak over is gemaakt. Samenwoners die dachten beschermd te zijn door hun samenlevingscontract, terwijl dat contract over vergoedingsrechten zweeg.

De gevolgen zijn niet alleen financieel. Onduidelijkheid over geld leidt vaak tot spanningen tussen de langstlevende partner en de kinderen van de overledene. Dat is precies de situatie die je wilt voorkomen.

Voorkom het met duidelijke afspraken

Veel van deze problemen ontstaan door onduidelijkheid. Was dat geld een schenking of een lening? Was die investering privé of gezamenlijk? Had iemand recht op vergoeding?

Achteraf zijn die vragen lastig te beantwoorden. Vooraf zijn ze eenvoudig te regelen. Documenteer wat je investeert en onder welke voorwaarden. Spreek af of het een schenking is of een lening. Dat hoeft geen ingewikkeld juridisch document te zijn. Een heldere, gedateerde en ondertekende afspraak kan al het verschil maken.

Samenwoners doen er ook verstandig aan hun samenlevingscontract te laten toetsen op dit punt. Staat er iets in over vergoedingsrechten? En zo ja, sluit dat aan bij de werkelijke situatie?

Laat je adviseren

Vergoedingsrechten klinken technisch. Maar in de kern gaan ze over eerlijkheid en zekerheid. Over de vraag of de langstlevende partner goed verzorgd achterblijft. Over het voorkomen dat geld en emotie door elkaar gaan lopen op het slechtst denkbare moment.

Een RegisterExecuteur helpt bij zowel de voorbereiding als de afwikkeling van een nalatenschap. Door vooraf in kaart te brengen hoe het vermogen is opgebouwd en welke afspraken er zijn, voorkom je dat nabestaanden straks voor verrassingen komen te staan.

Dit artikel is het tweede deel van het themajaar 2026: Langstlevende Verzorging. In de komende artikelen gaan we dieper in op specifieke situaties en oplossingen.

Thema's in dit bericht: