Een geroyeerde levensverzekering is niet altijd waardeloos

Bij de afwikkeling van een nalatenschap trof een van de RegisterExecuteurs in de administratie van de overledene een levensverzekering aan. De polis was twee jaar eerder geroyeerd wegens premieachterstand. Op het eerste gezicht: geen waarde meer. Toch bleek bij nader onderzoek dat de verzekeraar de polis onterecht had beëindigd. Het gevolg: alsnog een uitkering van ruim 40.000 euro voor de nalatenschap.

Dit soort situaties komt vaker voor dan je zou denken. Uit meerdere uitspraken van het Kifid (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening) blijkt dat verzekeraars bij het beëindigen van levensverzekeringen lang niet altijd voldoen aan de wettelijke eisen. Voor wie nalatenschappen afwikkelt, is dat een belangrijk gegeven.

Wanneer mag een verzekeraar een polis beëindigen?

Een levensverzekering blijft in stand zolang de premie tijdig wordt betaald. Ontstaat er een betalingsachterstand, dan mag de verzekeraar maatregelen nemen. Maar daar zijn strikte voorwaarden aan verbonden, vastgelegd in artikel 7:980 van het Burgerlijk Wetboek.

De verzekeraar moet één duidelijke waarschuwingsbrief sturen. In die brief moet een betalingstermijn staan van minimaal één kalendermaand. Dat is een belangrijk detail: dertig dagen is juridisch gezien niet hetzelfde als een maand. De brief moet bovendien uitdrukkelijk vermelden wat de gevolgen zijn als de premie niet alsnog wordt betaald. Denk aan beëindiging van de verzekering, premievrijmaking of afkoop. Bij afkoop moet ook de afkoopwaarde worden genoemd.

Ontbreekt één van deze elementen, dan is de beëindiging of wijziging van de polis juridisch niet geldig. De verzekering is dan gewoon in stand gebleven.

Waar gaat het in de praktijk mis?

Het Kifid heeft in meerdere zaken geoordeeld dat verzekeraars onjuist handelden. Een terugkerend probleem is de betalingstermijn. Verzekeraars hanteren regelmatig een termijn van dertig dagen, terwijl de wet een kalendermaand voorschrijft. Het verschil lijkt klein, maar het Kifid is hier streng in: dertig dagen volstaat niet.

Een ander veelvoorkomend probleem: de polis wordt stilzwijgend premievrij gemaakt na een mislukte incasso, zonder dat de verzekeringnemer een waarschuwingsbrief heeft ontvangen. Of de brief vermeldt wel dat er gevolgen zijn, maar beschrijft deze onvoldoende concreet. In al deze gevallen oordeelde het Kifid dat de verzekering in stand was gebleven en dat er recht bestond op uitkering. De achterstallige premies mochten wel worden verrekend.

Extra oplettendheid bij meerdere belanghebbenden

De situatie wordt complexer als er naast de verzekeringnemer ook andere rechthebbenden zijn. Is de polis verpand, bijvoorbeeld aan een hypotheekverstrekker? Heeft een begunstigde het recht op uitkering al aanvaard? Of is er sprake van een onherroepelijke begunstiging?

In al deze gevallen schrijft de wet voor dat de verzekeraar de waarschuwingsbrief ook aan deze belanghebbenden moet sturen. Is dat niet gebeurd, dan is de beëindiging evenmin rechtsgeldig. Juist bij nalatenschappen, waar de oorspronkelijke verzekeringnemer er niet meer is om zelf actie te ondernemen, kan dit het verschil maken.

Wat betekent dit voor de afwikkeling?

Wie een nalatenschap afwikkelt en in de administratie een geroyeerde of premievrij gemaakte levensverzekering aantreft, doet er goed aan niet te snel door te lopen. De vraag is steeds: heeft de verzekeraar zich aan de spelregels gehouden?

Dat begint met een simpele vraag aan de verzekeraar: is er een waarschuwingsbrief verstuurd? Zo ja, bood die brief een betalingstermijn van minimaal één kalendermaand? Stonden alle mogelijke gevolgen duidelijk in diezelfde brief? En als er pandhouders of begunstigden waren: zijn die ook geïnformeerd?

Bij twijfel is het verstandig om het volledige dossier bij de verzekeraar op te vragen. Pas als uit dat dossier blijkt dat aan alle wettelijke vereisten is voldaan, kan de beëindiging als rechtsgeldig worden beschouwd. In alle andere gevallen kan er alsnog sprake zijn van een uitkeringsplicht.

Het verschil tussen doorlopen en stilstaan

In deze casus bleek dat de verzekeraar weliswaar een brief had gestuurd, maar met een termijn van dertig dagen in plaats van een kalendermaand. Dat was voldoende om de beëindiging van tafel te krijgen. De achterstallige premies werden verrekend met de uitkering, maar onderaan de streep resteerde een aanzienlijk bedrag voor de nalatenschap.

Had de RegisterExecuteur de geroyeerde polis zonder verder onderzoek terzijde gelegd, dan was dat bedrag verloren gegaan. Het is een voorbeeld van hoe een kritische blik bij de afwikkeling van een nalatenschap direct waarde kan opleveren.

Een RegisterExecuteur beschikt over de kennis en ervaring om dit soort situaties te herkennen en de juiste stappen te zetten. Want een geroyeerde polis in de administratie van een overledene is niet automatisch waardeloos. Soms zit er nog een verrassing in.

Bron: Kifid Kennis, uitspraken over beëindiging levensverzekeringen bij premieachterstand op grond van artikel 7:980 Burgerlijk Wetboek.

Thema's in dit bericht: